Wandelend door Stadsdeel Segbroek

Deze wandeling voert ons niet alleen door bos en duin, maar ook langs diverse soorten architectuur in Vogelwijk en Heesterbuurt, en we starten bij de resten van een 13-e eeuwse kapel op de eeuwenoude begraafplaats Oud Eik en Duinen. Hier is parkeergelegenheid. Per openbaar vervoer is Oud Eik en Duinen te bereiken via tram 2 en bus 21 (halte Laan van Eik en Duinen) en, wat verder weg, tram 3 (halte Azaleaplein). De begraafplaats stamt uit de 13-e eeuw. Rond 1247 liet graaf Willem II van Holland een kapel in Eikenduinen bouwen ter nagedachtenis aan zijn vader graaf Floris IV. De kapel werd gedeeltelijk gesloopt in 1581. In de zeventiende eeuw kwam het gebied weer in gebruik als begraafplaats. Toen bleek dat (Oud) Eik en Duinen te klein werd, is in 1891 aan de andere kant van de Laan van Eik en Duinen de begraafplaats Nieuw Eykenduynen aangelegd, waar o.a. Willem Kloos begraven ligt. Tegen de begraafplaats liggen een kinderboerderij en een volkstuincomplex. Op Oud Eik en Duinen liggen de graven van vele bekende Nederlanders. Te noemen vallen: schrijvers als Ferdinand Bordewijk, Louis Couperus, Menno Ter Braak en J.J. Voskuil, artiesten als Fie Carelsen en Willy Derby, politici als Pieter Gerbrandy en Samuel van Houten, etc. etc. Op de foto ziet u de resten van de kapel, welke eenvoudig te vinden is door rechtdoor de begraafplaats op te lopen. We keren terug naar de ingang en wandelen de Laan van Eik en Duinen af tot de Laan van Meerdervoort. Aan het Azaleaplein, dat nauwelijks als een plein oogt, staat de Betlehemkerk, welke gereed kwam in 1931.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via enkele woonstraten bereiken we de alom geprezen Papaverhof, die architect Jan Wils in 1920 in opdracht van de Co√∂peratieve Woningvereeniging Tuinstadwijk ‘Daal en Berg’ ontwierp. De woningen schakelde hij ruggelings aaneen naar een idee van de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright en won daarmee veel plaats voor een ruime gemeenschappelijke binnenruimte. De woningen werden in 1989 gerestaureerd en kregen toen hun oude kleurengamma weer terug: heldergeel met blauwe kozijnen en deuren in een wit gepleisterde gevel. De woningen mochten niet te veel kosten en om het complex toch een beetje het karakter van een tuinstad te geven werd Wils verzocht te zorgen voor ‘veel groen en bloemen’ bij deze woningen. Wat het laatste betreft besloot Wils de woningen om een 70 bij 100 meter groot plantsoen te groeperen. Om de kosten hiervoor op te vangen bouwde hij de 68 eengezinswoningen aan deze tuin zo compact mogelijk. Om de gemiddelde prijs per woning nog verder te verlagen bouwde Wils rond de 68 eengezinswoningen nog eens 60 etagewoningen in vijf blokken van 12. In deze flatgebouwen verwerkte hij allerlei technische nieuwigheden als een goederenlift, en de mogelijkheid de benedendeur vanaf de woning automatisch te openen. Veel kleiner maar ook niet onaardig is de Klimophof, waar we even later doorheen lopen.

Via het Goudenregenplein en de Goudenregenstraat bereiken we het gebied waar de Duitsers in de 2e Wereldoorlog danig hebben huis gehouden. Tussen 1942 en 1943 moest de bebouwingsstrook, inclusief de eeuwenoude hoeves, langs de Haagse Beek tussen Zorgvliet en Kijkduin eraan geloven, geooferd worden aan de Duise angst voor een invasie vanuit Engeland. Hier ontstond de Atlantikwall, die na de oorlog weer werd afgebroken en plaats maakte voor nieuwbouw van de tot extern stedenbouwkundig adviseur benoemde Dudok. Aan de Segbroeklaan is de opvallend afwijkende stijl aan de huizen en het (voormalige) Rode Kruis Ziekenhuis goed te zien. Het plantsoen rondom de Haagse Beek biedt een welkome afwisseling en toont mooie doorkijkjes, zoals op de foto goed te zien is. Hierna bereiken we het afvoerkanaal bij de Houtrustbrug, maar gaan onmiddellijk twee keer linksaf, en betreden de Vogelwijk.

 

 

 

 

 

 

Waar komt eigenlijk de naam Segbroek vandaan ? De Segbroekpolder was een brede veenstrook tussen de buitenste strandwal en de oudere oostelijk gelegen wal. Van een ‘echte’ polder was trouwens geen sprake, ‘broek’ verwijst naar de natte bodemgesteldheid veroorzaakt door kwelwater uit de duinen. Al in de 13-e eeuw wordt melding gemaakt van de Segbroek. In de 17-e eeuw zijn er tal van hoeves gevestigd zoals Hanenburg, Kranenburg, De Wildhoef, Wapendal en Berg en Dal. De namen leven nog voort in restaurants en straten….. Via een stukje Vogelwijk betreden we de Bosjes van Poot. Jacob Poot was een koddebeier in het begin van de 20-e eeuw die hier toezicht hield en dus een van onze eerste boswachters. Onze korte ommetje door de Bosjes van Poot wordt aan de Nieboerweg afgesloten met een blik tussen de bomen op villa Winjewanje, een opmerkelijk en wit gebouw dat architect F. Gerretsen voor zichzelf bouwde in de periode 1924-1927. De schuin oplopende daken zijn typisch voor de ‘antroposofische’ bouwstijl, die we ook in Scheveningen terugvinden.

 

 

 

 

Aan de overkant van de Nieboerweg betreden we het duingebied dat het Westduinpark genoemd wordt. Enkele jaren geleden heeft een renovatie plaatsgevonden (vooral aan de ‘Kijkduinse’ kant), nodig omdat dit gebied zeer intensief wordt bezocht en behalve als kustbescherming voor de stad en recreatiegebied ook huisvesting biedt aan tal van bijzondere flora en fauna, zoals duindoorn en de duinhagedis. Op onze wandeling lopen we door een mooi duinbos, passeren stuifzandvlaktes en kunnen op een paar plekken zo’n 20 meter klimmen om van het uitzicht over de stad te genieten. Zie ook de foto’s onderaan de pagina.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een vrij steile afdaling voert ons weer uit de Westduinen en we bereiken de Kwartellaan. Het halve rondje was vroeger de eindhalte van de tram, maar die is hier al lang verdwenen en doorgetrokken naar Loosduinen. Op de Kwartellaan kunnen we in de middenberm lopen, en hebben dan een mooi uitzicht op de door architect A. Kropholler ontworpen huizen in de zo kenmerkende stijl van de Delftse School. Knus, met pangedakte zadeldaken die onderaan ‘afvlakken’ en enigszins overhangen, en met luifels boven de deuren. De Delftse School was een reactie op het ‘licht, lucht en ruimte’-principe van het Nieuwe Bouwen, ofwel de Nieuwe Zakelijkheid waarvan het Nirwana aan de Benoordenhoutseweg zo’n mooi voorbeeld is.

 

 

 

 

 

 

 

Via de Sportlaan / Segbroeklaan bereiken we het sportcomplex Stokroosveld, en lopen langs water, sportveld met aan de andere kant huizen richting de Laan van Meedervoort. We kunnen het grote Segbroekcollege bewonderen, en steken bij de ‘spoorwegovergang’ de Laan van Meerdervoort over. Voor ons ligt de Pomonalaan, met daarachter het Pomonaplein, ook zo’n typisch stukje Haagse architectuur. Deze wijk werd in de jaren ’20 van de vorige eeuw ontwikkeld door de directeur van de dienst Stadsontwikkeling, dhr. P. Bakker Schut. Eerdere plannen van Berlage werden daarmee in de ijskast gezet, maar deze buurt, de Bloemen- en Bomenbuurt, heeft toch nog vele berlagiaanse kenmerken, zoals gemeenschappelijke binnenpleinen, poorten en zichtassen. Loop ook even binnen in de stadstuin die zich tussen Chrysantplein en Klaverstraat bevindt (vlak voordat u de Laan van Meerdervoort oversteekt). Via het intieme Moerbeiplein bereikt u de Mient, en bent dan snel weer terug op het uitgangspunt aan de Laan van Eik en Duinen.

 

 

 

 

 

 

Deze wandeling heeft een lengte van 8,7 km.

Horeca onderweg: Paviljoen de Mient (Mient hoek Laan van Eik en Duinen); IJssalon La Venezia (Laan van Meerdervoort tegenover Azaleaplein); Snackbar Goudenregenstraat bij Goudenregenplein.

 

Tekstbronnen: Brochure ‘Wandelend door het stadsdeel Segbroek’ (Groen en Stedenbouw), Mapje met Jubileumwandelingen Den Haag 750 jaar, gemeente Den Haag, dienst Stadsbeheer en Uitgeverij Open Kaart, 1998; Wikipedia; diverse bronnen van Haagse instanties, verenigingen etc.

Klik op onderstaande link om de beschrijving van de wandelroute te downloaden.

Download pdf-bestand voor volledige routebeschrijving: Segbroek